Een stormbaan, jeeps en landrovers, antieke Britse sportwagens, tennisbaan, cricketveld, rugbyterreintje, uit Engeland afkomstige straatnaamborden, een militaire vrachtwagen - Nederlands laatste jongensinternaat, De Holterhoek in Diepenveen, laat er geen twijfel over bestaan dat Britse colleges model staan voor wat hier gebeurt. Directeur P.M. de Jongh, in sportsmans outfit, het kostuum losjes rond robuuste gestalte, lurkt aan een kromme pijp en doet tijdens de wandeling ronde het kapitale witte landhuis met rood pannendak uitspraken die duidelijk maken dat De Holterhoek strenge leefregels hanteert teneinde het beste in de jongens naar boven te brengen. Goede studieresultaten dus. 's Avonds onder toezicht huiswerk maken en op tijd naar bed.
"Voorwaarde voor het leven in een goed geordende gemeenschap is de noodzaak van discipline. Gezag is de beste bescherming voor zwakkeren", doceert De Jongh.
"Maar", voegt hij er aan toe, "het handhaven van de orde dient niet op een hardvochtige of benauwende wijze plaats te vinden. De functie van ons reglement is vooral de zwakkeren te beschermen tegen terreur en intimidatie en de krachtigen, de zelfverzekerden, te stimuleren om geen misbruik te maken van hun overwicht op anderen."

 
 

Het internaatsreglement als 'raamwerk voor gepast gedrag' valt menige nieuwkomer wat rauw op het dak: de leerlingen dienen er altijd verzorgd uit te zien en niet opzichtig gekleed te gaan, op excursies en bij officiële gelegenheden wordt de internaatstrui gedragen (ouderen het roodblauw gestreepte Holterhoekcolbert met stropdas) en die outfit wordt ook gewenst als de Holterhoekers het weekeinde met openbaar vervoer (liften is verboden) naar hun ouders gaan; het kapsel moet keurig verzorgd zijn, kleurspoelingen en lang haar zijn niet toegestaan; halssieraden zoals kralen, veters of oorringen mogen niet worden gedragen; Holterhoekers zullen niet rondlopen met hun handen in hun zakken;

 
 

roken mogen alleen jongens van 16 jaar en ouder; indien de ouders schriftelijk toestemming hebben gegeven en dat mag dan slechts buiten; in huis wordt op sokken of pantoffels gelopen; televisiekijken slechts met toestemming en om half tien is iedereen op zijn kamer tot aan het ontbijt van half zeven, om tien uur gaat het licht uit en moeten walkmans uit op straffe van inbeslagname van de apparatuur; ook het in bezit hebben van een draagbare telefoon leidt tot inbeslagname; verplicht corvee op vrijdagmiddag. En verlof wordt als een voorrecht gegeven, het kan niet worden geëist en kan worden ingetrokken of geweigerd, bijvoorbeeld als de hoeveelheid schoolwerk groot is of de leerling zich schuldig heeft gemaakt aan wangedrag. Wie drugs gebruikt vliegt er ogenblikkelijk uit. De Jongh wijst op een grote kuil, overspannen met camouflagenet: "Ik weet dat ze daar weleens een sigaretje roken. En dat laat ik zo. Als ze er geweest zijn ga ik even kijken. Een peukje van een filtersigaret, oké. Maar vind ik iets in de vorm van een trompettertje dan is het mis."
Het huis (De Lankhorst genaamd) staat met gemoedelijke deftigheid te pronken temidden van zeven hectare gazons en struweel. Je komt er over een lange oprijlaan. Vogels jubelen in de boomkruinen, honden blaffen in de kennel, varkens knorren, ganzen gakken en pauwen schrijden hooghartig over het gladgeschoren gazon. Zonlicht doet de koperen luitklokken aan de gevel en op de schoorsteen blikkeren en van ginds komen de beschaafde geluiden van de aangrenzende golfbaan van de Sallandse Golf Club. Onder de bomen staat een van Domeinen gekochte legertruck in het zonlicht te glimmen. Het vehikel komt van pas voor het vervoer van jongens en de internaatskano's en crossfietsen bij survivals en droppings. Al met al een imposante entourage, maar in Huize De Lankhorst wordt elke bezoeker pas echt in vastberaden omarming genomen: alsof je een oud Brits kasteel betreedt. Zware houten lambriseringen, een ouderwets biljart. Scheepsmodellen, cricket- en roeitrofeeën, bokshandschoenen, schermmaskers, geprepareerde snoeken in vitrines, scheeps- en vliegtuigmodellen, vergeelde jaarfoto's, antieke bedden in de kamers, gedistingeerde stoelen en fauteuils, het imposante trappenhuis, overal wordt de bezoeker dwingend geconfronteerd met traditie en een hang naar de goede oude British way of life. Een herenhuis in de zin van een huis voor heren, want de inrichting is nadrukkelijk stoer en mannelijk. Eveneens in stijl is de ouderwetse outfit van Herma de Jongh-van Vulpen die als echtgenote van de directeur het huishouden leidt en de jongens opvangt als ze thuiskomen: haar uitmonstering doet denken aan die van Mrs. Doubtfire uit de gelijknamige film. Strenge regels, op tijd naar bed en goed eten uit de keuken van de internaatskok.
De Jongh is gedecideerd als hij het belang daarvan verdedigt. "Het is een misvatting dat kinderen zich veiliger zouden voelen als er geen regels zijn. Kinderen voelen zich in een duidelijke reglements-structuur juist veiliger. Thuis krijgen ze vaak onverdiende kritiek op hun studieresultaten. Ze worden er afgeleid door van alles en nog wat. We krijgen vooral jongens van 12 tot 18 jaar die het op school niet goed doen. De ouders maken zich daarover zorgen. Terecht. Het verschijnsel tweeverdieners werkt een en ander in de hand. Vaak hebben ouders de tijd niet meer om zich met de studie van hun kinderen bezig te houden. Ik geef ze hier de instelling mee dat het van belang is iets van je leven te maken, discipline aan te kunnen, initiatief te nemen, respect en zorg voor anderen op te brengen, krachtig in het leven te staan en vooral zelfrespect op te doen."
Het rode gezicht van de buitenman krijgt nog wat meer kleur, zijn woorden komen in staccato: "Het draait hier om de koppeling tussen recht en plicht. Ben je sociaal , behulpzaam, houd je je aan de regels, kun je verantwoordelijkheden aan, dan krijg je van mij de ruimte, dan geef ik zo'n jongen zo de jeep mee. Dan heb je de zoon van een bekende president-directeur. En die zit met het probleem: hoe kan ie ooit zijn vader evenaren of overtreffen. Dat is vaak een verdrietige klus. Ik probeer zo iemand zelfvertrouwen bij te brengen en respect voor wat hijzelf aan geestelijke bagage heeft meegekregen. Maar denk nou niet dat we allemaal zoontjes van diplomaten en rijke ouders in huis hebben. Dat is een akelige misvatting. De jongens die bij ons verblijven volgen hun studie mavo, havo of vwo aan het Geert Grote College in Deventer en het gebeurt wel dat ze daar met die misvatting te maken krijgen, dat ze voor rijkeluiskinderen worden aangezien. Maar er zijn ouders die een hypotheek op hun huis nemen of een voorschot op de erfenis om de 28.000 gulden plus 17,5 procent btw die we per jaar in rekening brengen te kunnen betalen. Soms zijn er tragische omstandigheden: echtscheiding of overlijden van een der partners. Het is voorgekomen dat een jongen bij ons kwam met de allerlaagste onderwijsprognose, maar ik zei toch meteen: we gaan mavo proberen. Docenten op school vonden het maar zozo. Maar aan het einde van de rit haalde die jongen het diploma met ,mooie cijfers. Had je zijn vader moeten zien: die kwam helemaal de hal binnen en omarmde me, helemaal ontroerd."
De Jongh was op twintigjarige leeftijd al docent Nederlands aan het jongensinternaat Zonneheuvel in Bilthoven en begon toen dat werd opgeheven in 1972 zelf een jongenspensionaat in Den Dolder, toen al De Holterhoek genaamd. In 1989 kocht hij voor een prik het toen zwaar in verval geraakte huis en landgoed De Lankhorst ("een spookhuis, de bramenstruiken groeiden tot aan de dakgoot") op drie kilometer van Deventer. Het internaat genoot in ons land toen meer populariteit dan nu. In Engeland zitten nog altijd zo'n honderduizend jongeren op internaten, in ons land hooguit vierhonderd, de meeste van ouders die bij grote bedrijven als Shell of Akzo werken en in het buitenland verblijven, of het land uit zijn voor 'Buitenlandse Zaken'. Er zijn zeven niet gesubsidieerde internaten en daarvan is alleen De Holterhoek bestemd voor jongens. De meeste gemengde en wel gesubsidieerde internaten worden beheerd door de rooms-katholieke Stichting Schoolinternaten Nederland. De terugloop in Nederland heeft vooral te maken met een vermindering van het aantal uitzendingen naar het buitenland door kortlopende contracten. Ook gaat de vrouw steeds minder vaak mee. Maar De Holterhoek heeft niet over belangstelling te klagen.
"Ik heb daarbij een ambivalent gevoel. De scholen worden steeds groter, de vervlakking en de massificatie in het onderwijs vind ik een treurige zaak, maar dat werkt wel in mijn voordeel. Want ouders zien dit steeds vaker als de oplossing: meer aandacht voor hun kind, minder kans op indoctrinatie en terreur van anderen."

De Jongh neemt een bedachtzaam trekje van zijn pijp, legt een blaffende bloedhond in de kennel het zwijgen op en zegt dan: "De ouders verwachten van mij dat hun kind minimaal de opleiding gaat volbrengen die volgens de prognose haalbaar is. Dat kan alleen bereikt worden op deze manier. En door de jongens te omgeven met mooie spullen, met een stijlvolle inrichting - maar alles komt van markten en veilingen hoor! - breng je ze respect en zorgvuldigheid bij. Het is nog nooit voorgekomen dat iemand iets kapot maakte of een wc-deur bekladde."
De jongens, maximaal 25 op De Holterhoek, worden op twaalf- tot veertienjarige leeftijd toegelaten. Het is de bedoeling dat ze vier jaar blijven. Maar zeven jaar is voorgekomen. Het gemiddelde is twee tot drie jaar.
"Ik vind het jammer als ze voortijdig afhaken. Dan kan ik mijn werk niet voltooien. Het komt voor dat ouders je na een jaar met een briefje doodleuk laten weten dat hun zoon niet meer komt. Vriendelijk bedankt! Maar goed, in elk geval is het percentage dat voor de examens slaagt honderd procent."
Een rondgang door het huis brengt ons op de zolderverdieping een verassing. Daar treffen we een meisje aan: de vijftienjarige Vivian. Ze is op twaalfjarige leeftijd toegelaten bij wijze van eenmalige uitzondering. Opgewekt en helder formulerend doet zij haar relaas: "Het ging met mij niet goed in de eerste van het gymnasium. Mijn ouders wonen in Nijverdal. Mijn moeder sprak met een oom van mij die hier in 1989 als een van de eerste jongens in huis was gekomen. En hij raadde haar aan het mij hier te proberen. Uiteindelijk mocht dat. Maar ik schrok heel erg. Niet eens omdat ik tussen de jongens kwam te zitten, maar veel meer omdat ik dacht: ze dumpen me, ze willen me kwijt. In het begin heb ik het er erg moeilijk mee gehad. Maar nu zie ik in dat het beter voor me is. Op school zijn de resultaten goed, ik heb vriendinnen gekregen en in huis vrienden onder de jongens. Ik ben helemaal geaccepteerd en doe aan alles mee, behalve de stormbaan. En ik heb meer zelfvertrouwen gekregen. In de weekeinden ga ik naar huis en mijn moeder schrijft en belt me regelmatig. Toch zit ik aan het einde van elk schooljaar weer in twijfel: doorgaan of niet. Want natuurlijk ben ik toch het liefste thuis. Maar uiteindelijk besluiten we dan toch maar weer een jaar door te gaan. Want de afleiding thuis is niet goed voor mijn studie.""Ja, die afleiding is vaak funest", vult De Jongh later aan. "Het doet weleens zeer als ik hoor dat jongens als ze eenmaal bij ons weg zijn en aan een studie beginnen de overgang naar een vrij leven niet blijken aan te kunnen. Dan heb je toch het gevoel: alles is voor niks geweest. Maar daar tegenover staat veel positiefs. Een zoon die meester in de rechten is en een succesvol bedrijf in de security-branche heeft opgebouwd, een dochter op de kunstacademie die heel verdienstelijk harp speelt en een heleboel afgezwaaide kinderen die nog regelmatig een brief of ansicht sturen. Zo'n jongen realiseert zich, als ie wat ouder is geworden, dat optimaal functioneren op school heeft bijgedragen tot zijn geluk. Dan zegt hij: toch wel een verstandige zet geweest van m'n ouders."


In haar boek THE TIME BIND: WHEN WORKS BECOMES HOME AND HOME BECOMES WORK (1997) schetst de Amerikaanse socioloog Arlie Hochschild op tragikomische wijze de druk-druk-cultus van tweeverdieners met kinderen. Uit de honderden interviews die ze afnam, blijkt een bizarre omkering. Stond het gezin vroeger symbool voor ontspanning en gezelligheid, de mannen en vrouwen die Hochschild portretteert verlangen juist naar hun werk. Dáár staat een kopje koffie klaar, informeren collega's geïnteresseerd naar hun wel en wee, vinden ze waardering. Wanneer ze na een werkdag thuiskomen, is het stressen en viert de frustratie hoogtij. De grootste concurrent van ons gezinsleven is ons werk, concludeert Hochschild, En de kinderen worden 'weggeregeld'.
Ook in Europa is het jongleren met de combinatie carrière/gezin. Dat vertaalt zich onder andere in een groeiende belangstelling voor particuliere internaten. Liepen die voorheen leeg, Frankrijk kampt nu met lange wachtlijsten. Engeland vertoont dezelfde trend. Nederland telt twaalf particuliere internaten, die samen goed zijn voor zo'n 350 plaatsen. Is het kroost van tweeverdieners binnenkort de nieuwe generatie rijkeluiskinderen die onze particuliere internaten bevolkt?

 
 

"Dat is een niet te stuiten ontwikkeling", zegt Pieter Martin de Jongh, voorzitter van de Vereniging Internaten Nederland en directeur van jongenspensionaat De Holterhoek, een kleinschalig particulier internaat. "Onze grootste groeimarkt bestaat uit kinderen tussen de twaalf en achttien uit de elite; dus kinderen van zakenmannen en -vrouwen, industriëlen of ondernemingsgezinnen met topinkomens. De vraag overstijgt het aanbod nog niet, maar dat zal binnen enkele jaren wel het geval zijn. De kinderopvang is de wachtkamer van het werk dat wij nu doen. En die wachtkamer zit overvol."

 
 

De Jongh signaleert dat er steeds vaker sprake is van 'rijke armoede': "Kinderen die perfect gekleed gaan, het duurste van het duurste dragen en de nieuwste snufjes hebben, maar die intussen schreeuwen om presence in plaats van presents. Bij deze carrièrefamilies schiet het gezinsleven er vaak bij in: het rustig samen eten, het napraten aan tafel over de dingen van de dag, een spelletje doen, kletsen voor het slapen gaan, moeder in de keuken helpen en vader in de tuin of omgekeerd. Dat zijn nu juist de momenten van vertrouwelijkheid waarin je dingen doorgeeft aan je kinderen en die laten zich niet dwingen tussen zeven en acht uur 's avonds. De ouders verliezen de macht over het kind en het kind neemt dan zelf het roer over, met alle gevolgen van dien. Op school gaan de prestaties achteruit, thuis lopen de conflicten hoog op. Deze ouders proberen eerst zelf van alles, analyseren de situatie dan zakelijk en kloppen vervolgens bij ons aan."

"Tweeverdieners die hun kinderen in internaten onderbrengen, omdat ze het te druk hebben? Die ben ik in mijn onderzoek nog nooit tegengekomen", zegt Kea Tijdens, socioloog en co-auteur van onder meer Huishoudelijke arbeid en de zorg voor kinderen: Herverdelen of uitbesteden? Zij verwacht ook niet dat dit in Nederland een trend wordt: "Anders dan in Engeland en Frankrijk past dat niet in onze gezinstraditie en cultuur. Nederlandse moeders werken met het oog op de kinderen juist massaal in deeltijd en het aantal vaders dat parttime werkt of wil werken, groeit. Wanneer carièrreouders een internaat als oplossing zien, heb ik daar geen oordeel over. Het hangt van veel factoren af of dat goed of slecht is voor het kind. Maar omdat het middelbarescholieren betreft, is dit voor de overheid eens te meer een prikkel om de naschoolse opvang voor kinderen boven de twaalf door te laten lopen, én om die te verlengen tot zes of zelfs zeven uur."

Internaten, of ze nou particulier zijn of niet, hebben vaak een slecht imago; broedplaatsen van frustraties en levenslange trauma's zouden het zijn. Maar wanneer kinderen thuis aandacht tekort komen omdat pa en ma allebei een carrière hebben, wat is er dan tegen om te zeggen: een particulier, kleinschalig internaat is gedurende de puberteit de beste oplossing? Zo dienen we het belang van ons kind, diens toekomst, ons gezin en ons werk.
Christien Brinkgreve, hoogleraar Gezinsstudies aan de Universiteit van Utrecht: "Een generatie terug was het heel gebruikelijk dat mensen als Lubbers hun middelbare school op een jezuïeteninternaat doorliepen.Dat waren niet per se lastige kinderen of problematische leerlingen; het gold als goed voor hun vorming. Persoonlijk vind ik het winst dat dit in onbruik raakte. Hoe vreselijk je je ouders ook vindt: weg van huis, leven in groepsverband onder een strenge discipline lijkt me een ramp. Maar sommige mensen praten erover als de beste tijd van hun leven. Dat kan ook voor particuliere internaten gelden.
"Ouders zullen het natuurlijk nooit openlijk bekennen, maar als de onderliggende gedachte is: geen tijd voor de kinderen, wél voor de carrière, dan vind ik dat zorgwekkend. Wanneer internaten voor kinderen van tweeverdieners door de 24-uurseconomie een trend worden, vind ik dat erg bedenkelijk. Puberteit en adolescentie zijn inderdaad een hele kluif. Zeker als je allebei een drukke baan hebt. Een internaat lost dan veel op: klaren jullie die klus maar. Maar het gevoel weggezet te worden omdat je ouders geen tijd voor je hebben, kan voor een kind verstrekkende gevolgen hebben.
"Ik wil niet moraliseren. Je doet het als ouder nooit helemaal goed en gezinnen hebben ook nadelen. Het is geen heilig instituut, maar de hamvraag is: wat is in het belang van het kind?'

Regelmaat, liefde, aandacht en discipline, zeggen de boekjes. Maar de vrije opvoeding viert hoogtij en grenzen worden vaak niet tijdig getrokken, blijkt in de praktijk. En de puberteit is heftig. Voor het kind én het gezin. Bovendien is de werksituatie drastisch veranderd. Werkten pa en ma vroeger vier straten verderop, tegenwoordig woont een gezin in Amersfoort terwijl vader in Amsterdam werkt en moeder in Den Haag en er ook internationaal druk gependeld wordt. Scholen klagen dat ouders niet meer te bereiken zijn waardoor problemen sneller escaleren, en thuis lopen de conflicten op.
Directeur De Jongh van jongenspensionaat De Holterhoek: "Ouders die erkennen dat het op school én thuis niet goed gaat, zijn geen losers. Integendeel. Ze erkennen dat ze de puberproblematiek er net niet meer bij kunnen hebben. Dat dat de druppel is, dat zij als ouders tekortschieten, de andere kinderen eronder lijden, hun oudste of jongste de dupe dreigt te worden."
Hoe je het ook wendt of keert, dan is de teneur toch 'werk gaat boven het kind'? De Jongh: "Natuurlijk is de opvoeding de taak van de ouders, maar zo werkt het in de praktijk bij deze gezinnen niet. We hadden hier een zoon van een gescheiden ondernemer die verantwoordelijk was voor driehonderd werknemers. Die zei: 'Als ik ambtenaar was geweest, had ik mijn werktijden nog wel kunnen plooien rond mijn zoon. Maar ik morgen niet zeggen: we krimpen het bedrijf in, want ik wil mijn zoon helpen bij zijn huiswerk.' Voor carrièremoeders of vrouwen uit ondernemersfamilies geldt hetzelfde. Die zijn vaak na de geboorte van hun kinderen al een tijd lang gestopt met werken, ze zijn heringetreden, het gaat net lekker, ze hebben een topjob en dan zouden ze weer drie of vier jaar eruit moeten? Dan kunnen ze het meteen schudden. Het bedrijfsleven is niet bepaald begripvol voor problemen aan het thuisfront.
"Dat mag dan tragisch zijn, wij verheugen ons op deze groep. Binnen drie maanden na aankomst bloeien deze kinderen op. We hoeven ze bijna nooit te vermanen. Je hebt eer van je werk, hun relatie met thuis is niet verstoord en de problemen zijn niet onomkeerbaar. Wij zijn gedurende een paar jaar hooguit een aanvulling op het gezinsleven en loodsen hen door de middelbareschooltijd.
"Het aantal tweeverdieners met topinkomens zal in de toekomst alleen maar toenemen en het is dom hiervoor de ogen te sluiten. Wat hun kinderen bij ons krijgen wat thuis ontbreekt? In één woord: tijd. Aandacht, het lid zijn van een - zij het grote - familie, discipline, leren rekening te houden met elkaar, verantwoordelijkheidsgevoel, 's avonds voetballen, gezellig kletsen of vertrouwelijk praten. " Het ouderwetse gezinsleven dus? "Precies."


Het is het laatste privé-jongenspensionaat van ons land. Het landhuis, het interieur, de omgeving: alles ademt de sfeer van het oude Engeland. Directeur Peter de Jongh van De Holterhoek in Diepenveen regeert er met strakke hand. ‘Voor sommigen ben ik een vader, anderen willen me het liefst begraven.'

Tien uur dinsdagavond. Op de twee bovenste verdiepingen klinkt geroezemoes en geschuif. Pensionaat De Holterhoek maakt zich op voor de nacht. Beneden wacht Egmond, één van de vijf huisoudsten. Het roodblauwe huisoudstejasje onwennig om zijn schouders, blik op streng, klaar voor de dagelijkse inspectieronde. De huisregels zijn bekend. Op de slaapkamers moeten licht, walkman en mond uit. Overtreders kunnen opstaan, zich aankleden en melden bij directeur Peter de Jongh. Die luistert naar de aanklacht en neemt de veroordeelde mee naar de werkkamer in de kelder. Huiswerk nog maar eens doornemen. Of een avondwandeling maken, dat wil soms ook helpen. Deze avond lijken er geen zondaars, of toch. Om half elf daalt Hans naar beneden een geïrriteerde frons op zijn wenkbrauwen. De Jongh kijkt hem aan, uitdagend, nou zeg het maar, en Hans vertelt. Hij had een flauwe opmerking gemaakt nadat Edmond de deur met een welterusten had gesloten. En toen was een andere huisoudste tevoorschijn gesprongen uit de slaapkamerkast, waarin die zich had verstopt.
Betrapt, ja stom. De Jongh is onverbeterlijk: 'Kom, we gaan naar beneden.' En weg zijn beiden. O nee. Was De Jongh toch bijna vergeten zijn boek mee te nemen: Ik heb altijd gelijk van W.F. Hermans.
De Holterhoek in Diepenveen is het laatste prive-jongenspensionaat van ons land. De bewoners zijn twaalf tot zeventien jaar, die overdag vmbo, havo of vwo volgen aan het Etty Hillesum College in Deventer. Over hun bed, bad, bord en bureau waken Peter en Herma de Jongh. 'Onze jongens', noemt hij de twaalf Holterhoekers. 'Je moet uitkijken dat je sommigen niet als je eigen kinderen gaat zien.'
Ons land telt nog drie privé-kostscholen. Die in Breda en het Friese Lekkum zijn gemengd. De Holterhoek is de enige jongenskostschool. Ooit waren dat er achttien, naast de gesubsidieerde rooms-katholieke internaten en de kostscholen voor kermis- en schipperskinderen. De introductie van de Mammoetwet in de jaren zestig kostten vele evenwel de kop.
Ouders moesten ineens BTW over het lesgeld betalen en dat kon hun portemonnee niet aan. Shell zorgde voor de nekslag, meent De Jongh.
De multinational was met jaarlijks zes- tot zevenhonderd leerlingen - kinderen van ouders die enkele jaren naar het buitenland werden gezonden - hofleverancier van het Nederlands internaatwezen. Een aantal privé-scholen was zelfs geheel afhankelijk van Shell-kindjes ('Het concern bemoeide zich met het aantal toiletten en kamers. Als hun ideeën niet werden opgevolgd, was het einde oefening'), en dat wreekte zich toen Shell meer en meer besloot slechts medewerkers overzee te sturen wier kinderen al op kamers zaten. Inderdaad: einde oefening.
De Jongh (56) heeft het allemaal meegemaakt. Hij werkte begin jaren zestig op het internaat Zonneheuvel in Bilthoven. Nadat daar de deur op slot ging, vond hij emplooi als leraar Nederlands in het reguliere onderwijs. Ouders die eerder hun kinderen op Zonneheuvel hadden gestald, belden in paniek bij hem aan. Waar moesten zij nu met hun jongens naartoe? Hij besloot een drietal in huis te nemen. En voordat hij het wist, opende hij in 1972 een internaat in Den Dolder: De Holterhoek. Al snel bleef daar geen kamer meer vrij. Zijn vijftien jongens hadden meer lucht en ruimte nodig.
Dat vond hij in 1989 in Diepenveen: Huize Lankhorst. Een deftig buiten omringd door zeven hectare land, in 1906 gebouwd door een grote mijnheer die in Amerika veel dollars had verdiend.

Het landhuis fungeerde nog een tijdje als hotel, maar stond eigenlijk al jaren leeg.
De grandeur was gesloopt door krakers en stapatsen van de plaatselijk jeugd. De bramenstruiken groeiden tot in de dakgoot. Overal lagen matrassen waarop tal van herinneringen aan mooie zomernachten kleefden.
780.000 gulden moest het kosten. Gek genoeg had het bestuur van de aanpalende Sallandse Golfclub 'De Hoek' er geen trek in. Nu rukken ze zich waarschijnlijk de haren uit het hoofd dat ze het niet als clubhuis hebben gekocht. Want Huize Lankhorst is een droombuiten. De oprijlaan is groots. Rechts de holes van 'De Hoek', links een gedecimeerd voetbalgazon met rugbypalen en hockeydoelen. Op het erf ganzen, pauwen en Landrovers en overal waar je kijkt berken, linden en eiken. Tussen de bomen een hindernisbaan met touwbrug, basketbalveld en tennisbaan. Overal duiken Britse bordjes op, zoals de hele omgeving de British way of life uitademt, met het interieur van De Holterhoek als de overtreffende trap daarvan.
Een stap naar binnen en je bent in de wereld van Eton College en Dead Poets Society . De centrale hal is geheel gelambriseerd en gedecoreerd met opgezette dieren en vissen, religieuze beelden, schilderijen en zware crapauds voor een grootse open haard belegd met Delfts blauwe tegeltjes. Een open deur biedt een kijkje in de blauwe kamer, een eetzaal waar de stoelen zijn bekleed met cavalierjasjes.

Walter - Iedere ochtend als Walter langs de kapstok met huisoudstejasjes loopt, krijgt hij de kriebels. Om eens dat jasje te mogen dragen, dat lijkt hem zo enorm gaaf. Eerder zat hij op een Belgisch internaat. Met zeshonderd andere jongens. Hij sliep in zijn eentje op een eenpersoonskamer aan een lange kille gang. ‘Ik was daar niet gelukkig. Het examen heb ik verpest.' Hier in Deventer op school gaat het veel beter. Met drie jongens op een kamer, het oude gebouw midden in de natuur met het voetbalveld: hij voelde zich direct thuis op De Holterhoek.

Een trap hoger wacht een regiment scheeps- en vliegtuigmodellen, cricket- en roeitrofeeën, poppen in legeruniformen, hoeden en petten, Afrikaanse maskers, hutkoffers en nog meer legerparafernalia: het is bijna over the top .
Net zoals het Victoriaanse schort van Herma de Jongh waaraan een hoog Saartje-gehalte kleeft. Uittrekken doet zij het de hele dag niet, zoals haar polshorloge dat onberispelijk op de linkerschouderband ervan blijft gegespt. Ook als zij zuigt en stoft, troost en sust, bemiddelt en berust. Zij is als een tijdloze moeder die veel jongens van De Holterhoek nooit hebben gehad en nooit zullen krijgen. Maar zeg het eens: koffie of thee. Ga maar vast zitten in de bibliotheek annex kantoor van haar man, hij komt zo.
Even voorstellen. Ruitjesoverhemd met choker, gekleurde wybertjessokken, een lichte corduroy broek, wangen appeltjesrood van de buitenlucht: Peter de Jongh, eerder een Britse herenboer dan directeur van een Nederlands jongenspensionaat.
Een enthousiast goedlachse verteller. Uit alles wat hij zegt spreekt warmte voor de belhamels die hij onderdak biedt. Directeur wanneer hij ze tot de orde moet roepen, vader als het hen op school of privé even tegenzit. Brombeer en teddybeer tegelijk. 'Voor sommigen ben ik een vader, anderen zouden mij het liefst begraven.'
120 Jongens heeft hij in De Holterhoek onder zijn hoede gehad. De meeste gemiddeld drie tot vier jaar, het dubbele komt ook voor. Ze zijn overwegend niet van beroerde komaf. Kan niet anders: een jaartje Holterhoek kost 18.500 euro. Maar pas op, binnen zitten niet alleen verwende apen van captains of industrie , politici en andere celebrities uit de ranglijst van rijkste Nederlanders. Sommige ouders nemen een extra hypotheek op hun huis of een voorschot op de erfenis om er maar voor te zorgen dat hun zoon zijn middelbareschooldiploma haalt. Nodig, zegt hij, want thuis marcheert het niet. Noem het een gebrek aan aandacht, en dat manifesteert zich in geklier en drukte in de klas en thuis.
Dit jaar heeft hij twaalf jongens, de kleinste groep van de afgelopen veertien jaar. Vindt mevrouw De Jongh prettig. Het was een vervelende groep die van vorig jaar, zegt zij. Verpest door een aantal nare types. 'Blij dat die vertrokken.' En bovendien, even pas op de plaats, ze zijn eraan toe. Beiden worden tenslotte een jaartje ouder en een beetje rust in de tent kon De Holterhoek goed gebruiken, zegt ook huisoudste Edmond. Vier jaar woont hij in De Holterhoek. Dit jaar is het leukst.
We hebben nu een hechte groep. die zich sluit als iemand over de schreef gaat. Dan word je echt genegeerd.' Tuurlijk, geintjes maken mag, een leraar flashen is cool, maar liegen dat je een proefwerk niet hebt geleerd, omdat je de vorige dag hoorde dat bij je moeder kanker is geconstateerd, o nee, dat kan echt niet. De Jongh herinnert zich het voorval: Marc-Peter. Iedereen in de groep vond dat vreselijk; de moeder van een van de jongens was eerder overleden aan de ziekte. Een ander kwam bij hem. 'Mijnheer, we willen niet langer bij Marc-Peter op kamer.' Uiteindelijk werd diens positie onhoudbaar. 'Hij moest aan het eind van het jaar echt weg.' Een ander voorval: een Holterhoeker had op school een suède jasje gestolen. Daar zit hij nog mee. Hij is een dief zeggen ze hier. Vertrouwen, respect, eerlijkheid - dat vinden de jongens belangrijk. Ze corrigeren elkaar ze willen geen medebewoners die het voor hun kunnen verkloten. Als je hier uit de boot valt, val je ook echt uit de boot.'

Edmond - ‘Vrienden denken dat je plots een halve crimineel bent als je zegt dat je naar een internaat moet. Ook als je tegen een meisje zegt dat je op een kostschool zit, denken ze “die is niet fris”. Alleen van die ruige meiden vinden dat stoer, maar die wil ik niet. Het internaat heeft een slecht imago, en dat was misschien vroeger zo. Ik zie het gewoon als een strengere school die mij discipline heeft geleerd, mensenkennis leert en minder egoïstisch maakt. Ik heb veel geleerd van mijnheer De Jongh, meer dan al die jaren daarvoor op school.'

Vijf jaar geleden was de sfeer aan boord beduidend anders, zegt Fred. Hij kwam in 1998 het pensionaat binnen. Dertien was hij, een van de jongste. 'Het was hier toen foute boel.' Hij komt met stoere verhalen. Rept over een malloot met losse handjes, drugsgebruik en een pyromaan ('die gek kocht wasbenzine en stak overal plasjes in de brand, helemaal gestoord'). Zijn discman was tevens op een dag verdwenen. Iedereen wist wie de dader was, maar niemand kon hem betrappen. 'Door al die niet zo frisse figuren heerste op De Holterhoek een achterbakse sfeer. Je moest enorm uitkijken met wie je omging.'
Hij maakte ook een uitglijder. 'Ik wilde graag meedoen tijdens de eerste maanden.' Het resulteerde in een weekje Kamer 10, beter bekend als de Lullenkamer. Net zo'n slaapkamer als alle andere met plek voor maximaal vier snoodaards, maar waar veelal plek genoeg is voor twee. Je komt er terecht als je te ver bent gegaan.'
Maar echte klootzakken slapen er niet meer, zegt Fred. De strafruimte heeft nu meer een symbolische betekenis. 'Iedereen in het huis weet dat De Jongh je tot de orde heeft geroepen. Je slaapt daar met een reden. Dat voelt alsof je de hele nacht wordt bekeken.' Na een weekje Lullenkamer besloot Fred zich wat meer afzijdig te houden. Hij trok zich vaak terug op zijn kamer mee een boek. Leek hem beter. Bleef hij verre van jongens die stickies rookten, zegt hij. Daarop staat verwijdering. De Jongh had daarvoor evenwel geen hard bewijs en de andere jongens hielden hun mond. 'Je durfde hen niet te verlinken,' vertelt Edmond,' want dan kon je echt rake klappen verwachten. Ook de huisoudsten zaten in het complot. Ze misbruikten hun positie om de boel nog meer te terroriseren. Vandaag zouden dat soort figuren er meteen uitliggen.'
Die 'foute boel' en 'niet zo frisse figuren', ja, misschien had hij bij de aanmelding beter moeten opletten, zegt De Jongh. Jongens die in aanraking zijn geweest met justitie en politie en drugs gebruiken, komen er bij hem echt niet in, zo staat het in het reglement.
Maar wat kan hij doen als ouders tijdens het kennismakingsgesprek dingen verzwijgen en over bepaalde zaken glashard liegen? Vaak vallen ouders of kandidaat-leerlingen alsnog door de mand tijdens de rondleiding, gegeven door de jongens zelf. Ze denken dat ze de intake hebben overleefd, blijken wat meer ontspannen en praten dan iets makkelijker hun mond voorbij. 'En als één van de huidige bewoners een kandidaat niet wil, dan wijzen we hem af.'
Ook als ze de ouders niet vertrouwen. Want over papa's en mama's hoef je hen niks te vertellen. Die hebben ze precies door. Het zijn ervaringsexperts, aldus De Jongh. Ze hebben jarenlang hun eigen ouders gemanipuleerd. En thuis zijn ze nog steeds de baas, merkt hij als ze zondagavond doodop binnenkomen. Hebben ze twee nachten achtereen tot laat met flessen cola en zakken clips voor de buis gezeten. Anderen komen pas om vier 's ochtends thuis. 'Kunnen we op maandag weer helemaal opnieuw beginnen.'
Maar de tijd dat de bewoners 's weekends in de Holterhoek overbleven, nee die is voorbij. Hoe graag sommige jongens dat misschien zelf zouden willen. 'Enkele zijn doodsbang voor thuis. Zeggen dat ze worden geslagen. zijn het geruzie thuis zat. Ze hebben allerlei redenen om hier te blijven. De Holterhoek is hun thuis.'
Geen kleurspoelingen in het haar, geen opzichtige kleding, geen piercings of oorbellen, geen goud of zilver om nek of pols geen mobiele telefoons (die moeten de Holterhoekers direct bij binnenkomst zondagavond inleveren), en geen bezoek aan cafés en snackbars. Roken mogen alleen jongens van zestien jaar en ouder, mits hun ouders daarvoor schriftelijk toestemming hebben gegeven. En Holterhoekers, jullie horen never nooit niet met jullie handen in de zakken te lopen. Derdejaars Yanos: 'Toen ik de regels las dacht ik: ik ben mijn vrijheid kwijt.'
De anderen zitten niet met de huisregels in hun maag. Fred: 'We zitten hier omdat we niet willen leren op school en omdat we een beetje aangepakt moeten worden. Een paar strenge regels lijkt me dan wel nodig.' Edoch: zo nu en dan televisie kijken, een keer een film of het nieuws, dat missen de meesten. Verder zou Edmond wat vaker willen bellen.
Woensdagavond is belavond, dan staan de twee lijnen voor iedereen open, maar toch. Komt doordat Edmond een vriendinnetje heeft, kliert Yannos. En met meisjes uit de buurt is het lastig vrijen. Immers na de laatste les moet je binnen een half uur terug op De Holterhoek zijn. Edmond kent de mazen in het net.
Als je maar rond drie uur binnen bent. Er mag meer naarmate je ouder bent en je gedraagt naar de regels van het huis. Dan ook staat een bed klaar op de bovenste verdieping waar het licht na tienen 's avonds mag blijven branden. De Jongh: 'Ben je sociaal, behulpzaam en houd je je aan de regels dan krijg je van mij de ruimte. Als een jongen wil en hij heeft een rijbewijs, dan krijgt hij zo de jeep mee.'

Fred – Vijf jaar woont Fred al op De Holterhoek; hij is een van de oudste bewoners. Zijn ouder konden geen kant meer met hem op. Onhoudbaar was hij. Zelf zegt Fred niet veel meer over die tijd. Hij had in school geen zin. Nuh, hij was geen lastpak, maar gewoon koppig. Erg vond hij het niet dat hij naar De Holterhoek werd gestuurd. Hij had er zelfs zin in. Het gebouw en de inrichting overweldigde hem. Van een internaat had hij zich heel iets anders voorgesteld. Strenge regels, een streng gebouw met tl-verlichting op een afgezonderde plek. Dit was anders.

Edmond is in de stad De Jongh wel eens tegengekomen, terwijl Edmond daar volgens de reglementen niet hoort te komen. Fred gaat evenzo af en toe naar een platenzaak in Deventer om vinyl te kopen. Maar de jongens die De Jongh ervan verdacht softdrugs te gebruiken, had hij niet in het centrum hoeven te betrappen, meent Edmond: 'De Jongh fop je niet. Hij is zo snel van begrip. Helaas kom je daar pas vaak te laat achter.' Fred: 'Maar die ouwe kan ook paranoïde zijn, hoor. Hij vertrouwde je soms niet. Ik begrijp het wel, de sfeer vijf jaar geleden was daar naar. En ach, als hij tegen je tekeer gaat, maakt hij het vaak meteen weer goed.' De Jongh: 'Ik heb een keer iemand een klap gegeven. Die jongen pikte. Ik zei: jij gaat eruit. Maar dat wilden zijn ouders beslist niet. Maar wat moest ik doen? Wij konden hem niet langer houden. Kreeg ik va banque van zijn ouders. Dus toen maar die klap voor zijn kop. Dat stelen was in een keer afgelopen.'
's Middags tussen twee en half vier fietsen de meeste jongens de oprijlaan naar de Holterhoek op. Direct bij schoenen uit, sloffen aan. Mevrouw de Jongh staat klaar met kaantjes en thee. Kok Philippe is bezig met de voorbereiding van het avondeten, Mijnheer Stegeman wipt langs om kapotte fietsen te maken. Enkele jongens hebben corvee, andere halen melk bij Boer Gait aan de overkant, een tweetal veegt herfstbladeren en gevallen takken bij elkaar. 's Zomers ja, dan moet het rondom het pensionaat helemaal een paradijs zijn. Sportmogelijkheden genoeg. In een ronde schuur is een knutselhok, in De Wagenberg staan tafeltennis- en minivoetbaltafel, en er is een schutput overspannen door een enorm camouflagenet. Daar kom je om te roken, nieuwtjes uit te wisselen en te samenzweren. Een jongen neemt een kijkje in de twee klikobakken achter het landhuis, waarin losslingerende schoolspullen en kleding verdwijnen. 'Als ze een shirt of schrift missen, weten ze waar ze dat kunnen vinden.'

Yannos – Hij was jarenlang het pispaaltje en nog steeds krijgt hij van de ouderen geregeld een mep. Ach, al die klappen, hij kan er om lachen. Hij is een druktemakertje met een grote bek. Toen hij drie jaar geleden op De Holterhoek kwam, vertelde hij iedereen dat hij stickies rookte, cocaïne gebruikte en dat zijn bijnaam Mr. Paddo was. Of hij een sigaar wilde? Na een paar trekjes stond hij al te kotsen. ‘Grote verhalen leer je hier vanzelf af.'

Op pad gaat De Jongh met zijn kroost ook; drie à vier keer per jaar voor een dropping, excursie, kanotocht of survival. En verder beschikt de Holterhoek over Zodiacs, mountainbikes, een zeilschip en een oude SFOR-DAF-truck. 'Voor 17.000 gulden gekocht bij Domeinen, zeg maar de legerdump.' Tijdens de dropping krijgen freshmen een doop in een sloot of diepe greppel. Het is de enige officiële ontgroening die ze te beurt valt. Niet dat ze verder geen deukjes oplopen. De Holterhoek is een kennel jonge honden en die ravotten graag. Een bewoner parkeerde eens de jeep tegen een boom, een ander stookte een fikkie in een ton. Zijn hele gezicht zat onder de brandwonden. De Jongh: 'Hij had sproeten op zijn gezicht. Die was hij kwijt. Vond hij zelf mooi meegenomen.'
Zieken ziet hij zelden. Sommigen zouden last hebben van de vreselijkste allergieën als hij de moeders moet geloven. Ze komen aanzetten met een batterij medicijnen waaronder pillen die ze zelf gebruiken voor de overgang. Direct inleveren. De jongens hebben nooit ergens last van en als ze om een aspirientje vragen, voorziet hij ze van whisky ginger. Eenderde Stones Gingerwine, tweederde malt whisky. 'Slapen ze als een roos.'
Om vijf uur de bel voor het avondeten. Bidden en aanvallen. Binnen een kwartier gaan zalm en pasta met aansluitend toetje zwijgend op. Ook Jan hapt mee, een gepensioneerde leraar die surveilleert tijdens de studeertijd, in de kelder beneden. Tussen zes en half acht wordt daar in universiteitsbibliotheekstilte gestudeerd, bijlesgevers nemen een enkeling apart, een kleine koffiebreak en doorstomen tot negen uur. Daarna volgt een korte overhoring, kort een paar vragen. De huisoudsten doen dat. 'We willen de ouderen, de sterkeren en zelfverzekerden leren te zorgen en interesse te tonen voor de anderen, opdat ze naast hun controlerende rol een positie als vertrouwenspersoon krijgen.' De Holterhoek is meer dan een huiswerkinstituut.
De buitenlucht in. Hij heeft zin in zijn pijp. 'Binnen roken mag niet van mevrouw De Jongh.' Bordercolly Glenn wipt over de drempel achter hem aan. Even later vermengt zich het aroma van Alsbo Gold met de bosgeuren van Salland. Voor de omgeving was het wennen, het internaat. Er deden allerlei indianenverhalen over De Holterhoek de ronde, er was een opstandje met de plaatselijke brommerjeugd, er werden ruiten ingegooid. 'Het zit in de cultuur van de mensen hier om dingen te vernielen. In het begin was het iedere maand raak. De politie had dezelfde achternaam als de daders, dus die deed niks.' Ja: 'Mijn jongens pikten de meisjes uit het dorp in. Heel andere types dan die boerenpummels hier.' Nou ja, de rust is wedergekeerd. En Nederland kan zich opmaken voor de revival van het internaat, o ja, die weddenschap durft hij gerust aan. Bij onze oosterburen is al een toenemende vraag. In Frankrijk en België kennen ze wachtlijsten, en die kunnen bij ons natuurlijk niet uitblijven. Daar doen ze in het huidige onderwijs immers alles aan. Scholen zijn veel te groot. Verworden tot ambtelijke bestuursgebouwen. Veertig procent van alle leraren die aan een school zijn verbonden, geeft nog slechts les. De rest houdt zich bezig met procedures, analyses en discussie. Klassen van veertig leerlingen, ja hoor, moet volgens rekenmodellen kunnen. 'Voor bouwvakkers, schilders, draaibankmedewerkers en iedereen bestaat de Arbo-wet, maar in het onderwijs mag je zomaar een leraar en dertig leerlingen in een vochtige kelder stoppen.' Erger: het ontbreken van persoonlijke aandacht. 'Over leerlingen wordt alleen in de lerarenkamer gesproken als ze dood zijn. Vind je het gek dat die kinderen om aandacht vragen? Dat heet tegenwoordig ADHD.'
De Holterhoek mag dat aandachtgebrek repareren en de jongens binnen een paar maanden weer op niveau brengen. Dat lukt: 'Vanaf 1999 heb ik geen gezakten meer. Zonder dat ik daarvoor bij de schoolleiding voldoendes heb gekocht.' Want zo gaat dat op veel particuliere scholen, weet hij. Luzac College, Blankenstein, dat soort. Hij gaf er zelf een tijdje les. Werden de docenten op een avond groots gefêteerd in restaurant Pays Bas in Utrecht. Bleek dat Hilbert of Wouter-Jan van hem een forse onvoldoende had gekregen. Dan zei de directeur: hè toe, schenk De Jongh nog eens in.
'Kreeg ik te horen dat we ook volgend jaar voldoende leerlingen moesten hebben, en daar was een hoog slagingspercentage voor nodig. Anders kon de school misschien sluiten. Zag ik later op het eindrapport dat die vier in een zes was veranderd.'
De Jonghs medicijn: geen slappe rug, maar strenge regels, in eerste instantie bedoeld om de zwakheden te beschermen. Orde en tucht niet op militaire leest, noch als rem op persoonlijke vrijheid en ontwikkeling. 'Kinderen voelen zich gewoon veiliger als ze weten dat er regels zijn. Toen ex-minister van Onderwijs Van Kemenade met dat malle idee van die middenschool kwam, schreef Maarten 't Hart - en ik heb dat nooit vergeten: ‘Dan krijg je grote gemeenschappen waar intellectuele en zwakke kinderen voortdurend woorden getreiterd door grote biceps en grote bekken.' Zo gaat dat inderdaad op het schoolplein: leerlingen zijn banger voor elkaar dan voor de leerkrachten. En zeker weten: de Holterhoek-jongens van nu hebben een beter begrip voor strenge regels dan dezelfde groep zes jaar geleden. Ze zijn het slachtoffer van een jarenlang soft beleid van al die megascholen. Zij willen structuur en niet langer blijven waaien.'
Het verbaast hem daarom niks dat strenge, gereformeerde scholen steeds populairder worden. 'Daar geven ze les zoals veertig jaar geleden, daar ruikt het nog naar de geur van bordkrijt.' Komt door de docenten, zegt hij. Die zijn in het bijzonder onderwijs veel minder vrijblijvend. Worden niet geregeerd door managers, ambtenaren en andere goochelaars. Wanneer je vroeger als leraar een voorstel voor een schoolactiviteit had, pikte je dat met het hele docentenkorps op. Tegenwoordig krijgen ze dan te horen: ik geloof niet dat bij uw taakomschrijving hoort om met dergelijke ideeën te komen. Of: we zullen het idee voorleggen aan de commissie. En dan hoor je er vervolgens maanden niks over. Dan ga je je toch formeler opstellen. 'Bureaucratie erin, bezieling eruit en betrokkenheid er snel achteraan. 'Over de kwaliteit van Het Etty Hillesum College waar hij zijn jongens naartoe stuurt, is hij redelijk tevreden, maar hij sluit niet uit dat hij over een paar jaar zijn jongens met een bus pendelt naar de Fruitierschool, de gereformeerde scholengemeenschap in Apeldoorn. Want ze moeten hun diploma halen. Dat vertrouwen wil hij ze geven, daar doet hij dit werk voor. Ja, voor wie eigenlijk? 'Misschien moet je een beetje gek zijn om dit te doen. Niet goedaardig zijn. Anders steken ze de kachel met je aan. Hoop ik wel dat ik eerst mijn pijp nog even mag oproken.'