| |
De Jongh signaleert dat er steeds vaker sprake is van 'rijke
armoede': "Kinderen die perfect gekleed gaan, het duurste
van het duurste dragen en de nieuwste snufjes hebben, maar
die intussen schreeuwen om presence in plaats van presents.
Bij deze carrièrefamilies schiet het gezinsleven er
vaak bij in: het rustig samen eten, het napraten aan tafel
over de dingen van de dag, een spelletje doen, kletsen voor
het slapen gaan, moeder in de keuken helpen en vader in de
tuin of omgekeerd. Dat zijn nu juist de momenten van vertrouwelijkheid
waarin je dingen doorgeeft aan je kinderen en die laten zich
niet dwingen tussen zeven en acht uur 's avonds. De ouders
verliezen de macht over het kind en het kind neemt dan zelf
het roer over, met alle gevolgen van dien. Op school gaan
de prestaties achteruit, thuis lopen de conflicten hoog op.
Deze ouders proberen eerst zelf van alles, analyseren de situatie
dan zakelijk en kloppen vervolgens bij ons aan."

"Tweeverdieners die hun kinderen in internaten onderbrengen,
omdat ze het te druk hebben? Die ben ik in mijn onderzoek
nog nooit tegengekomen", zegt Kea Tijdens, socioloog
en co-auteur van onder meer Huishoudelijke arbeid en de zorg
voor kinderen: Herverdelen of uitbesteden? Zij verwacht ook
niet dat dit in Nederland een trend wordt: "Anders dan
in Engeland en Frankrijk past dat niet in onze gezinstraditie
en cultuur. Nederlandse moeders werken met het oog op de kinderen
juist massaal in deeltijd en het aantal vaders dat parttime
werkt of wil werken, groeit. Wanneer carièrreouders
een internaat als oplossing zien, heb ik daar geen oordeel
over. Het hangt van veel factoren af of dat goed of slecht
is voor het kind. Maar omdat het middelbarescholieren betreft,
is dit voor de overheid eens te meer een prikkel om de naschoolse
opvang voor kinderen boven de twaalf door te laten lopen,
én om die te verlengen tot zes of zelfs zeven uur."

Internaten, of ze nou particulier zijn of niet, hebben vaak
een slecht imago; broedplaatsen van frustraties en levenslange
trauma's zouden het zijn. Maar wanneer kinderen thuis aandacht
tekort komen omdat pa en ma allebei een carrière hebben,
wat is er dan tegen om te zeggen: een particulier, kleinschalig
internaat is gedurende de puberteit de beste oplossing? Zo
dienen we het belang van ons kind, diens toekomst, ons gezin
en ons werk.
Christien Brinkgreve, hoogleraar Gezinsstudies aan de Universiteit
van Utrecht: "Een generatie terug was het heel gebruikelijk
dat mensen als Lubbers hun middelbare school op een jezuïeteninternaat
doorliepen.Dat waren niet per se lastige kinderen of problematische
leerlingen; het gold als goed voor hun vorming. Persoonlijk
vind ik het winst dat dit in onbruik raakte. Hoe vreselijk
je je ouders ook vindt: weg van huis, leven in groepsverband
onder een strenge discipline lijkt me een ramp. Maar sommige
mensen praten erover als de beste tijd van hun leven. Dat
kan ook voor particuliere internaten gelden.
"Ouders zullen het natuurlijk nooit openlijk bekennen,
maar als de onderliggende gedachte is: geen tijd voor de kinderen,
wél voor de carrière, dan vind ik dat zorgwekkend.
Wanneer internaten voor kinderen van tweeverdieners door de
24-uurseconomie een trend worden, vind ik dat erg bedenkelijk.
Puberteit en adolescentie zijn inderdaad een hele kluif. Zeker
als je allebei een drukke baan hebt. Een internaat lost dan
veel op: klaren jullie die klus maar. Maar het gevoel weggezet
te worden omdat je ouders geen tijd voor je hebben, kan voor
een kind verstrekkende gevolgen hebben.
"Ik wil niet moraliseren. Je doet het als ouder nooit
helemaal goed en gezinnen hebben ook nadelen. Het is geen
heilig instituut, maar de hamvraag is: wat is in het belang
van het kind?'

Regelmaat, liefde, aandacht en discipline, zeggen de boekjes.
Maar de vrije opvoeding viert hoogtij en grenzen worden vaak
niet tijdig getrokken, blijkt in de praktijk. En de puberteit
is heftig. Voor het kind én het gezin. Bovendien is
de werksituatie drastisch veranderd. Werkten pa en ma vroeger
vier straten verderop, tegenwoordig woont een gezin in Amersfoort
terwijl vader in Amsterdam werkt en moeder in Den Haag en
er ook internationaal druk gependeld wordt. Scholen klagen
dat ouders niet meer te bereiken zijn waardoor problemen sneller
escaleren, en thuis lopen de conflicten op.
Directeur De Jongh van jongenspensionaat De Holterhoek: "Ouders
die erkennen dat het op school én thuis niet goed gaat,
zijn geen losers. Integendeel. Ze erkennen dat ze de puberproblematiek
er net niet meer bij kunnen hebben. Dat dat de druppel is,
dat zij als ouders tekortschieten, de andere kinderen eronder
lijden, hun oudste of jongste de dupe dreigt te worden."
Hoe je het ook wendt of keert, dan is de teneur toch 'werk
gaat boven het kind'? De Jongh: "Natuurlijk is de opvoeding
de taak van de ouders, maar zo werkt het in de praktijk bij
deze gezinnen niet. We hadden hier een zoon van een gescheiden
ondernemer die verantwoordelijk was voor driehonderd werknemers.
Die zei: 'Als ik ambtenaar was geweest, had ik mijn werktijden
nog wel kunnen plooien rond mijn zoon. Maar ik morgen niet
zeggen: we krimpen het bedrijf in, want ik wil mijn zoon helpen
bij zijn huiswerk.' Voor carrièremoeders of vrouwen
uit ondernemersfamilies geldt hetzelfde. Die zijn vaak na
de geboorte van hun kinderen al een tijd lang gestopt met
werken, ze zijn heringetreden, het gaat net lekker, ze hebben
een topjob en dan zouden ze weer drie of vier jaar eruit moeten?
Dan kunnen ze het meteen schudden. Het bedrijfsleven is niet
bepaald begripvol voor problemen aan het thuisfront.
"Dat mag dan tragisch zijn, wij verheugen ons op deze
groep. Binnen drie maanden na aankomst bloeien deze kinderen
op. We hoeven ze bijna nooit te vermanen. Je hebt eer van
je werk, hun relatie met thuis is niet verstoord en de problemen
zijn niet onomkeerbaar. Wij zijn gedurende een paar jaar hooguit
een aanvulling op het gezinsleven en loodsen hen door de middelbareschooltijd.
"Het aantal tweeverdieners met topinkomens zal in de
toekomst alleen maar toenemen en het is dom hiervoor de ogen
te sluiten. Wat hun kinderen bij ons krijgen wat thuis ontbreekt?
In één woord: tijd. Aandacht, het lid zijn van
een - zij het grote - familie, discipline, leren rekening
te houden met elkaar, verantwoordelijkheidsgevoel, 's avonds
voetballen, gezellig kletsen of vertrouwelijk praten. "
Het ouderwetse gezinsleven dus? "Precies."


Het is het laatste privé-jongenspensionaat van ons land. Het landhuis, het interieur, de omgeving: alles ademt de sfeer van het oude Engeland. Directeur Peter de Jongh van De Holterhoek in Diepenveen regeert er met strakke hand. ‘Voor sommigen ben ik een vader, anderen willen me het liefst begraven.'
Tien uur dinsdagavond. Op de twee bovenste verdiepingen klinkt geroezemoes en geschuif. Pensionaat De Holterhoek maakt zich op voor de nacht. Beneden wacht Egmond, één van de vijf huisoudsten. Het roodblauwe huisoudstejasje onwennig om zijn schouders, blik op streng, klaar voor de dagelijkse inspectieronde. De huisregels zijn bekend. Op de slaapkamers moeten licht, walkman en mond uit. Overtreders kunnen opstaan, zich aankleden en melden bij directeur Peter de Jongh. Die luistert naar de aanklacht en neemt de veroordeelde mee naar de werkkamer in de kelder. Huiswerk nog maar eens doornemen. Of een avondwandeling maken, dat wil soms ook helpen. Deze avond lijken er geen zondaars, of toch. Om half elf daalt Hans naar beneden een geïrriteerde frons op zijn wenkbrauwen. De Jongh kijkt hem aan, uitdagend, nou zeg het maar, en Hans vertelt. Hij had een flauwe opmerking gemaakt nadat Edmond de deur met een welterusten had gesloten. En toen was een andere huisoudste tevoorschijn gesprongen uit de slaapkamerkast, waarin die zich had verstopt.
Betrapt, ja stom. De Jongh is onverbeterlijk: 'Kom, we gaan naar beneden.' En weg zijn beiden. O nee. Was De Jongh toch bijna vergeten zijn boek mee te nemen: Ik heb altijd gelijk van W.F. Hermans.
De Holterhoek in Diepenveen is het laatste prive-jongenspensionaat van ons land. De bewoners zijn twaalf tot zeventien jaar, die overdag vmbo, havo of vwo volgen aan het Etty Hillesum College in Deventer. Over hun bed, bad, bord en bureau waken Peter en Herma de Jongh. 'Onze jongens', noemt hij de twaalf Holterhoekers. 'Je moet uitkijken dat je sommigen niet als je eigen kinderen gaat zien.'
Ons land telt nog drie privé-kostscholen. Die in Breda en het Friese Lekkum zijn gemengd. De Holterhoek is de enige jongenskostschool. Ooit waren dat er achttien, naast de gesubsidieerde rooms-katholieke internaten en de kostscholen voor kermis- en schipperskinderen. De introductie van de Mammoetwet in de jaren zestig kostten vele evenwel de kop.
Ouders moesten ineens BTW over het lesgeld betalen en dat kon hun portemonnee niet aan. Shell zorgde voor de nekslag, meent De Jongh.
De multinational was met jaarlijks zes- tot zevenhonderd leerlingen - kinderen van ouders die enkele jaren naar het buitenland werden gezonden - hofleverancier van het Nederlands internaatwezen. Een aantal privé-scholen was zelfs geheel afhankelijk van Shell-kindjes ('Het concern bemoeide zich met het aantal toiletten en kamers. Als hun ideeën niet werden opgevolgd, was het einde oefening'), en dat wreekte zich toen Shell meer en meer besloot slechts medewerkers overzee te sturen wier kinderen al op kamers zaten. Inderdaad: einde oefening.
De Jongh (56) heeft het allemaal meegemaakt. Hij werkte begin jaren zestig op het internaat Zonneheuvel in Bilthoven. Nadat daar de deur op slot ging, vond hij emplooi als leraar Nederlands in het reguliere onderwijs. Ouders die eerder hun kinderen op Zonneheuvel hadden gestald, belden in paniek bij hem aan. Waar moesten zij nu met hun jongens naartoe? Hij besloot een drietal in huis te nemen. En voordat hij het wist, opende hij in 1972 een internaat in Den Dolder: De Holterhoek. Al snel bleef daar geen kamer meer vrij. Zijn vijftien jongens hadden meer lucht en ruimte nodig.
Dat vond hij in 1989 in Diepenveen: Huize Lankhorst. Een deftig buiten omringd door zeven hectare land, in 1906 gebouwd door een grote mijnheer die in Amerika veel dollars had verdiend. Het landhuis fungeerde nog een tijdje als hotel, maar stond eigenlijk al jaren leeg.
De grandeur was gesloopt door krakers en stapatsen van de plaatselijk jeugd. De bramenstruiken groeiden tot in de dakgoot. Overal lagen matrassen waarop tal van herinneringen aan mooie zomernachten kleefden.
780.000 gulden moest het kosten. Gek genoeg had het bestuur van de aanpalende Sallandse Golfclub 'De Hoek' er geen trek in. Nu rukken ze zich waarschijnlijk de haren uit het hoofd dat ze het niet als clubhuis hebben gekocht. Want Huize Lankhorst is een droombuiten. De oprijlaan is groots. Rechts de holes van 'De Hoek', links een gedecimeerd voetbalgazon met rugbypalen en hockeydoelen. Op het erf ganzen, pauwen en Landrovers en overal waar je kijkt berken, linden en eiken. Tussen de bomen een hindernisbaan met touwbrug, basketbalveld en tennisbaan. Overal duiken Britse bordjes op, zoals de hele omgeving de British way of life uitademt, met het interieur van De Holterhoek als de overtreffende trap daarvan.
Een stap naar binnen en je bent in de wereld van Eton College en Dead Poets Society . De centrale hal is geheel gelambriseerd en gedecoreerd met opgezette dieren en vissen, religieuze beelden, schilderijen en zware crapauds voor een grootse open haard belegd met Delfts blauwe tegeltjes. Een open deur biedt een kijkje in de blauwe kamer, een eetzaal waar de stoelen zijn bekleed met cavalierjasjes.
Walter - Iedere ochtend als Walter langs de kapstok met huisoudstejasjes loopt, krijgt hij de kriebels. Om eens dat jasje te mogen dragen, dat lijkt hem zo enorm gaaf. Eerder zat hij op een Belgisch internaat. Met zeshonderd andere jongens. Hij sliep in zijn eentje op een eenpersoonskamer aan een lange kille gang. ‘Ik was daar niet gelukkig. Het examen heb ik verpest.' Hier in Deventer op school gaat het veel beter. Met drie jongens op een kamer, het oude gebouw midden in de natuur met het voetbalveld: hij voelde zich direct thuis op De Holterhoek.
Een trap hoger wacht een regiment scheeps- en vliegtuigmodellen, cricket- en roeitrofeeën, poppen in legeruniformen, hoeden en petten, Afrikaanse maskers, hutkoffers en nog meer legerparafernalia: het is bijna over the top .
Net zoals het Victoriaanse schort van Herma de Jongh waaraan een hoog Saartje-gehalte kleeft. Uittrekken doet zij het de hele dag niet, zoals haar polshorloge dat onberispelijk op de linkerschouderband ervan blijft gegespt. Ook als zij zuigt en stoft, troost en sust, bemiddelt en berust. Zij is als een tijdloze moeder die veel jongens van De Holterhoek nooit hebben gehad en nooit zullen krijgen. Maar zeg het eens: koffie of thee. Ga maar vast zitten in de bibliotheek annex kantoor van haar man, hij komt zo.
Even voorstellen. Ruitjesoverhemd met choker, gekleurde wybertjessokken, een lichte corduroy broek, wangen appeltjesrood van de buitenlucht: Peter de Jongh, eerder een Britse herenboer dan directeur van een Nederlands jongenspensionaat.
Een enthousiast goedlachse verteller. Uit alles wat hij zegt spreekt warmte voor de belhamels die hij onderdak biedt. Directeur wanneer hij ze tot de orde moet roepen, vader als het hen op school of privé even tegenzit. Brombeer en teddybeer tegelijk. 'Voor sommigen ben ik een vader, anderen zouden mij het liefst begraven.'
120 Jongens heeft hij in De Holterhoek onder zijn hoede gehad. De meeste gemiddeld drie tot vier jaar, het dubbele komt ook voor. Ze zijn overwegend niet van beroerde komaf. Kan niet anders: een jaartje Holterhoek kost 18.500 euro. Maar pas op, binnen zitten niet alleen verwende apen van captains of industrie , politici en andere celebrities uit de ranglijst van rijkste Nederlanders. Sommige ouders nemen een extra hypotheek op hun huis of een voorschot op de erfenis om er maar voor te zorgen dat hun zoon zijn middelbareschooldiploma haalt. Nodig, zegt hij, want thuis marcheert het niet. Noem het een gebrek aan aandacht, en dat manifesteert zich in geklier en drukte in de klas en thuis.
Dit jaar heeft hij twaalf jongens, de kleinste groep van de afgelopen veertien jaar. Vindt mevrouw De Jongh prettig. Het was een vervelende groep die van vorig jaar, zegt zij. Verpest door een aantal nare types. 'Blij dat die vertrokken.' En bovendien, even pas op de plaats, ze zijn eraan toe. Beiden worden tenslotte een jaartje ouder en een beetje rust in de tent kon De Holterhoek goed gebruiken, zegt ook huisoudste Edmond. Vier jaar woont hij in De Holterhoek. Dit jaar is het leukst.
We hebben nu een hechte groep. die zich sluit als iemand over de schreef gaat. Dan word je echt genegeerd.' Tuurlijk, geintjes maken mag, een leraar flashen is cool, maar liegen dat je een proefwerk niet hebt geleerd, omdat je de vorige dag hoorde dat bij je moeder kanker is geconstateerd, o nee, dat kan echt niet. De Jongh herinnert zich het voorval: Marc-Peter. Iedereen in de groep vond dat vreselijk; de moeder van een van de jongens was eerder overleden aan de ziekte. Een ander kwam bij hem. 'Mijnheer, we willen niet langer bij Marc-Peter op kamer.' Uiteindelijk werd diens positie onhoudbaar. 'Hij moest aan het eind van het jaar echt weg.' Een ander voorval: een Holterhoeker had op school een suède jasje gestolen. Daar zit hij nog mee. Hij is een dief zeggen ze hier. Vertrouwen, respect, eerlijkheid - dat vinden de jongens belangrijk. Ze corrigeren elkaar ze willen geen medebewoners die het voor hun kunnen verkloten. Als je hier uit de boot valt, val je ook echt uit de boot.'
Edmond - ‘Vrienden denken dat je plots een halve crimineel bent als je zegt dat je naar een internaat moet. Ook als je tegen een meisje zegt dat je op een kostschool zit, denken ze “die is niet fris”. Alleen van die ruige meiden vinden dat stoer, maar die wil ik niet. Het internaat heeft een slecht imago, en dat was misschien vroeger zo. Ik zie het gewoon als een strengere school die mij discipline heeft geleerd, mensenkennis leert en minder egoïstisch maakt. Ik heb veel geleerd van mijnheer De Jongh, meer dan al die jaren daarvoor op school.'
Vijf jaar geleden was de sfeer aan boord beduidend anders, zegt Fred. Hij kwam in 1998 het pensionaat binnen. Dertien was hij, een van de jongste. 'Het was hier toen foute boel.' Hij komt met stoere verhalen. Rept over een malloot met losse handjes, drugsgebruik en een pyromaan ('die gek kocht wasbenzine en stak overal plasjes in de brand, helemaal gestoord'). Zijn discman was tevens op een dag verdwenen. Iedereen wist wie de dader was, maar niemand kon hem betrappen. 'Door al die niet zo frisse figuren heerste op De Holterhoek een achterbakse sfeer. Je moest enorm uitkijken met wie je omging.'
Hij maakte ook een uitglijder. 'Ik wilde graag meedoen tijdens de eerste maanden.' Het resulteerde in een weekje Kamer 10, beter bekend als de Lullenkamer. Net zo'n slaapkamer als alle andere met plek voor maximaal vier snoodaards, maar waar veelal plek genoeg is voor twee. Je komt er terecht als je te ver bent gegaan.'
Maar echte klootzakken slapen er niet meer, zegt Fred. De strafruimte heeft nu meer een symbolische betekenis. 'Iedereen in het huis weet dat De Jongh je tot de orde heeft geroepen. Je slaapt daar met een reden. Dat voelt alsof je de hele nacht wordt bekeken.' Na een weekje Lullenkamer besloot Fred zich wat meer afzijdig te houden. Hij trok zich vaak terug op zijn kamer mee een boek. Leek hem beter. Bleef hij verre van jongens die stickies rookten, zegt hij. Daarop staat verwijdering. De Jongh had daarvoor evenwel geen hard bewijs en de andere jongens hielden hun mond. 'Je durfde hen niet te verlinken,' vertelt Edmond,' want dan kon je echt rake klappen verwachten. Ook de huisoudsten zaten in het complot. Ze misbruikten hun positie om de boel nog meer te terroriseren. Vandaag zouden dat soort figuren er meteen uitliggen.'
Die 'foute boel' en 'niet zo frisse figuren', ja, misschien had hij bij de aanmelding beter moeten opletten, zegt De Jongh. Jongens die in aanraking zijn geweest met justitie en politie en drugs gebruiken, komen er bij hem echt niet in, zo staat het in het reglement.
Maar wat kan hij doen als ouders tijdens het kennismakingsgesprek dingen verzwijgen en over bepaalde zaken glashard liegen? Vaak vallen ouders of kandidaat-leerlingen alsnog door de mand tijdens de rondleiding, gegeven door de jongens zelf. Ze denken dat ze de intake hebben overleefd, blijken wat meer ontspannen en praten dan iets makkelijker hun mond voorbij. 'En als één van de huidige bewoners een kandidaat niet wil, dan wijzen we hem af.'
Ook als ze de ouders niet vertrouwen. Want over papa's en mama's hoef je hen niks te vertellen. Die hebben ze precies door. Het zijn ervaringsexperts, aldus De Jongh. Ze hebben jarenlang hun eigen ouders gemanipuleerd. En thuis zijn ze nog steeds de baas, merkt hij als ze zondagavond doodop binnenkomen. Hebben ze twee nachten achtereen tot laat met flessen cola en zakken clips voor de buis gezeten. Anderen komen pas om vier 's ochtends thuis. 'Kunnen we op maandag weer helemaal opnieuw beginnen.'
Maar de tijd dat de bewoners 's weekends in de Holterhoek overbleven, nee die is voorbij. Hoe graag sommige jongens dat misschien zelf zouden willen. 'Enkele zijn doodsbang voor thuis. Zeggen dat ze worden geslagen. zijn het geruzie thuis zat. Ze hebben allerlei redenen om hier te blijven. De Holterhoek is hun thuis.'
Geen kleurspoelingen in het haar, geen opzichtige kleding, geen piercings of oorbellen, geen goud of zilver om nek of pols geen mobiele telefoons (die moeten de Holterhoekers direct bij binnenkomst zondagavond inleveren), en geen bezoek aan cafés en snackbars. Roken mogen alleen jongens van zestien jaar en ouder, mits hun ouders daarvoor schriftelijk toestemming hebben gegeven. En Holterhoekers, jullie horen never nooit niet met jullie handen in de zakken te lopen. Derdejaars Yanos: 'Toen ik de regels las dacht ik: ik ben mijn vrijheid kwijt.'
De anderen zitten niet met de huisregels in hun maag. Fred: 'We zitten hier omdat we niet willen leren op school en omdat we een beetje aangepakt moeten worden. Een paar strenge regels lijkt me dan wel nodig.' Edoch: zo nu en dan televisie kijken, een keer een film of het nieuws, dat missen de meesten. Verder zou Edmond wat vaker willen bellen.
Woensdagavond is belavond, dan staan de twee lijnen voor iedereen open, maar toch. Komt doordat Edmond een vriendinnetje heeft, kliert Yannos. En met meisjes uit de buurt is het lastig vrijen. Immers na de laatste les moet je binnen een half uur terug op De Holterhoek zijn. Edmond kent de mazen in het net.
Als je maar rond drie uur binnen bent. Er mag meer naarmate je ouder bent en je gedraagt naar de regels van het huis. Dan ook staat een bed klaar op de bovenste verdieping waar het licht na tienen 's avonds mag blijven branden. De Jongh: 'Ben je sociaal, behulpzaam en houd je je aan de regels dan krijg je van mij de ruimte. Als een jongen wil en hij heeft een rijbewijs, dan krijgt hij zo de jeep mee.'
Fred – Vijf jaar woont Fred al op De Holterhoek; hij is een van de oudste bewoners. Zijn ouder konden geen kant meer met hem op. Onhoudbaar was hij. Zelf zegt Fred niet veel meer over die tijd. Hij had in school geen zin. Nuh, hij was geen lastpak, maar gewoon koppig. Erg vond hij het niet dat hij naar De Holterhoek werd gestuurd. Hij had er zelfs zin in. Het gebouw en de inrichting overweldigde hem. Van een internaat had hij zich heel iets anders voorgesteld. Strenge regels, een streng gebouw met tl-verlichting op een afgezonderde plek. Dit was anders.
Edmond is in de stad De Jongh wel eens tegengekomen, terwijl Edmond daar volgens de reglementen niet hoort te komen.
Fred gaat evenzo af en toe naar een platenzaak in Deventer om vinyl te kopen. Maar de jongens die De Jongh ervan verdacht softdrugs te gebruiken, had hij niet in het centrum hoeven te betrappen, meent Edmond: 'De Jongh fop je niet. Hij is zo snel van begrip. Helaas kom je daar pas vaak te laat achter.' Fred: 'Maar die ouwe kan ook paranoïde zijn, hoor. Hij vertrouwde je soms niet. Ik begrijp het wel, de sfeer vijf jaar geleden was daar naar. En ach, als hij tegen je tekeer gaat, maakt hij het vaak meteen weer goed.' De Jongh: 'Ik heb een keer iemand een klap gegeven. Die jongen pikte. Ik zei: jij gaat eruit. Maar dat wilden zijn ouders beslist niet. Maar wat moest ik doen? Wij konden hem niet langer houden. Kreeg ik va banque van zijn ouders. Dus toen maar die klap voor zijn kop. Dat stelen was in een keer afgelopen.'
's Middags tussen twee en half vier fietsen de meeste jongens de oprijlaan naar de Holterhoek op. Direct bij schoenen uit, sloffen aan. Mevrouw de Jongh staat klaar met kaantjes en thee. Kok Philippe is bezig met de voorbereiding van het avondeten, Mijnheer Stegeman wipt langs om kapotte fietsen te maken. Enkele jongens hebben corvee, andere halen melk bij Boer Gait aan de overkant, een tweetal veegt herfstbladeren en gevallen takken bij elkaar. 's Zomers ja, dan moet het rondom het pensionaat helemaal een paradijs zijn. Sportmogelijkheden genoeg. In een ronde schuur is een knutselhok, in De Wagenberg staan tafeltennis- en minivoetbaltafel, en er is een schutput overspannen door een enorm camouflagenet. Daar kom je om te roken, nieuwtjes uit te wisselen en te samenzweren. Een jongen neemt een kijkje in de twee klikobakken achter het landhuis, waarin losslingerende schoolspullen en kleding verdwijnen. 'Als ze een shirt of schrift missen, weten ze waar ze dat kunnen vinden.'
Yannos – Hij was jarenlang het pispaaltje en nog steeds krijgt hij van de ouderen geregeld een mep. Ach, al die klappen, hij kan er om lachen. Hij is een druktemakertje met een grote bek. Toen hij drie jaar geleden op De Holterhoek kwam, vertelde hij iedereen dat hij stickies rookte, cocaïne gebruikte en dat zijn bijnaam Mr. Paddo was. Of hij een sigaar wilde? Na een paar trekjes stond hij al te kotsen. ‘Grote verhalen leer je hier vanzelf af.'
Op pad gaat De Jongh met zijn kroost ook; drie à vier keer per jaar voor een dropping, excursie, kanotocht of survival. En verder beschikt de Holterhoek over Zodiacs, mountainbikes, een zeilschip en een oude SFOR-DAF-truck. 'Voor 17.000 gulden gekocht bij Domeinen, zeg maar de legerdump.' Tijdens de dropping krijgen freshmen een doop in een sloot of diepe greppel. Het is de enige officiële ontgroening die ze te beurt valt. Niet dat ze verder geen deukjes oplopen. De Holterhoek is een kennel jonge honden en die ravotten graag. Een bewoner parkeerde eens de jeep tegen een boom, een ander stookte een fikkie in een ton. Zijn hele gezicht zat onder de brandwonden. De Jongh: 'Hij had sproeten op zijn gezicht. Die was hij kwijt. Vond hij zelf mooi meegenomen.'
Zieken ziet hij zelden. Sommigen zouden last hebben van de vreselijkste allergieën als hij de moeders moet geloven. Ze komen aanzetten met een batterij medicijnen waaronder pillen die ze zelf gebruiken voor de overgang. Direct inleveren. De jongens hebben nooit ergens last van en als ze om een aspirientje vragen, voorziet hij ze van whisky ginger. Eenderde Stones Gingerwine, tweederde malt whisky. 'Slapen ze als een roos.'
Om vijf uur de bel voor het avondeten. Bidden en aanvallen. Binnen een kwartier gaan zalm en pasta met aansluitend toetje zwijgend op. Ook Jan hapt mee, een gepensioneerde leraar die surveilleert tijdens de studeertijd, in de kelder beneden. Tussen zes en half acht wordt daar in universiteitsbibliotheekstilte gestudeerd, bijlesgevers nemen een enkeling apart, een kleine koffiebreak en doorstomen tot negen uur. Daarna volgt een korte overhoring, kort een paar vragen. De huisoudsten doen dat. 'We willen de ouderen, de sterkeren en zelfverzekerden leren te zorgen en interesse te tonen voor de anderen, opdat ze naast hun controlerende rol een positie als vertrouwenspersoon krijgen.' De Holterhoek is meer dan een huiswerkinstituut.
De buitenlucht in. Hij heeft zin in zijn pijp. 'Binnen roken mag niet van mevrouw De Jongh.' Bordercolly Glenn wipt over de drempel achter hem aan. Even later vermengt zich het aroma van Alsbo Gold met de bosgeuren van Salland. Voor de omgeving was het wennen, het internaat. Er deden allerlei indianenverhalen over De Holterhoek de ronde, er was een opstandje met de plaatselijke brommerjeugd, er werden ruiten ingegooid. 'Het zit in de cultuur van de mensen hier om dingen te vernielen. In het begin was het iedere maand raak. De politie had dezelfde achternaam als de daders, dus die deed niks.' Ja: 'Mijn jongens pikten de meisjes uit het dorp in. Heel andere types dan die boerenpummels hier.' Nou ja, de rust is wedergekeerd. En Nederland kan zich opmaken voor de revival van het internaat, o ja, die weddenschap durft hij gerust aan. Bij onze oosterburen is al een toenemende vraag. In Frankrijk en België kennen ze wachtlijsten, en die kunnen bij ons natuurlijk niet uitblijven. Daar doen ze in het huidige onderwijs immers alles aan. Scholen zijn veel te groot. Verworden tot ambtelijke bestuursgebouwen. Veertig procent van alle leraren die aan een school zijn verbonden, geeft nog slechts les. De rest houdt zich bezig met procedures, analyses en discussie. Klassen van veertig leerlingen, ja hoor, moet volgens rekenmodellen kunnen. 'Voor bouwvakkers, schilders, draaibankmedewerkers en iedereen bestaat de Arbo-wet, maar in het onderwijs mag je zomaar een leraar en dertig leerlingen in een vochtige kelder stoppen.' Erger: het ontbreken van persoonlijke aandacht. 'Over leerlingen wordt alleen in de lerarenkamer gesproken als ze dood zijn. Vind je het gek dat die kinderen om aandacht vragen? Dat heet tegenwoordig ADHD.'
De Holterhoek mag dat aandachtgebrek repareren en de jongens binnen een paar maanden weer op niveau brengen. Dat lukt: 'Vanaf 1999 heb ik geen gezakten meer. Zonder dat ik daarvoor bij de schoolleiding voldoendes heb gekocht.' Want zo gaat dat op veel particuliere scholen, weet hij. Luzac College, Blankenstein, dat soort. Hij gaf er zelf een tijdje les. Werden de docenten op een avond groots gefêteerd in restaurant Pays Bas in Utrecht. Bleek dat Hilbert of Wouter-Jan van hem een forse onvoldoende had gekregen. Dan zei de directeur: hè toe, schenk De Jongh nog eens in.
'Kreeg ik te horen dat we ook volgend jaar voldoende leerlingen moesten hebben, en daar was een hoog slagingspercentage voor nodig. Anders kon de school misschien sluiten. Zag ik later op het eindrapport dat die vier in een zes was veranderd.'
De Jonghs medicijn: geen slappe rug, maar strenge regels, in eerste instantie bedoeld om de zwakheden te beschermen. Orde en tucht niet op militaire leest, noch als rem op persoonlijke vrijheid en ontwikkeling. 'Kinderen voelen zich gewoon veiliger als ze weten dat er regels zijn. Toen ex-minister van Onderwijs Van Kemenade met dat malle idee van die middenschool kwam, schreef Maarten 't Hart - en ik heb dat nooit vergeten: ‘Dan krijg je grote gemeenschappen waar intellectuele en zwakke kinderen voortdurend woorden getreiterd door grote biceps en grote bekken.' Zo gaat dat inderdaad op het schoolplein: leerlingen zijn banger voor elkaar dan voor de leerkrachten. En zeker weten: de Holterhoek-jongens van nu hebben een beter begrip voor strenge regels dan dezelfde groep zes jaar geleden. Ze zijn het slachtoffer van een jarenlang soft beleid van al die megascholen. Zij willen structuur en niet langer blijven waaien.'
Het verbaast hem daarom niks dat strenge, gereformeerde scholen steeds populairder worden. 'Daar geven ze les zoals veertig jaar geleden, daar ruikt het nog naar de geur van bordkrijt.' Komt door de docenten, zegt hij. Die zijn in het bijzonder onderwijs veel minder vrijblijvend. Worden niet geregeerd door managers, ambtenaren en andere goochelaars. Wanneer je vroeger als leraar een voorstel voor een schoolactiviteit had, pikte je dat met het hele docentenkorps op. Tegenwoordig krijgen ze dan te horen: ik geloof niet dat bij uw taakomschrijving hoort om met dergelijke ideeën te komen. Of: we zullen het idee voorleggen aan de commissie. En dan hoor je er vervolgens maanden niks over. Dan ga je je toch formeler opstellen. 'Bureaucratie erin, bezieling eruit en betrokkenheid er snel achteraan. 'Over de kwaliteit van Het Etty Hillesum College waar hij zijn jongens naartoe stuurt, is hij redelijk tevreden, maar hij sluit niet uit dat hij over een paar jaar zijn jongens met een bus pendelt naar de Fruitierschool, de gereformeerde scholengemeenschap in Apeldoorn. Want ze moeten hun diploma halen. Dat vertrouwen wil hij ze geven, daar doet hij dit werk voor. Ja, voor wie eigenlijk? 'Misschien moet je een beetje gek zijn om dit te doen. Niet goedaardig zijn. Anders steken ze de kachel met je aan. Hoop ik wel dat ik eerst mijn pijp nog even mag oproken.'
 |
|